Dromen over Frankrijk

Weer alleen aan zee

Ik ben weer alleen aan zee. Castricum-aan-zee dit keer. Drie nachten in strandhotel Zoomers. Na het installeren in mijn tijdelijke kamer, loop ik direct naar het strand. Meeuwen schreeuwen boven het geluid van brekende golven. De wind jaagt zacht zand en witte schuimvlokken voor zich uit. Was Juliette hier geweest, dan had ze toch nog haar sneeuw gehad.

Het is rustig op het strand. Slechts een paar andere wandelaars duwen zich tegen de wind op. Precies een jaar geleden was ik op Terschelling. Onder compleet andere weersomstandigheden, ik kon toen zonder jas in de zon zitten. Ik ben nooit een strandmens geweest. De zee associeerde ik met bakken in de hete zon tussen teveel blote lijven. Tot Terschelling.

In goed gezelschap

Ik ontdekte daar de winter aan zee en hoe fijn het is een weekend alleen weg te zijn. Boeken lezen, mijn gedachten afmaken, eten wanneer ik trek heb, schrijven, aanrommelen. Dus nu heb ik er een traditie van gemaakt.
Het alleen eten in het hotel tussen de stellen en families, was de eerste keer raar. Maar het went snel genoeg. En met een mooie roman bij de hand, ben ik altijd in goed gezelschap.
Ik proef het eten beter.
De bediening vindt het leuk. ”Wat leuk dat je er weer bent” (dag 2) ”Nou, je hebt het boek bijna uit.” (dag 3).
Ik kan het iedereen zeer aanbevelen.

Zaterdag wandel ik het Noord Hollands Duinreservaat. Het waait hard maar het is droog. Ik passeer Schotse Hooglanders die mij verbijsterd aanstaren, een groep paarden negeert mij en de ganzen op het meer zwemmen verschrikt weg.

De Beentjes van Sint Hildegard

In de middag begint het nog harder te waaien en ook te regenen, dus bezoek ik de kneuterige bioscoop in Castricum. Slechts twee kleine zalen met rood-fluwelen stoelen, zwart-wit foto’s aan de muren van sterren uit lang vervlogen tijden, een donkere foyer waar de kaartjes aan de bar worden verkocht.
”Ik wil graag naar de Beentjes van Sint Hildegard.”
”Ik heb twee keer voor de Beentjes gereserveerd.”
”Drie keer de Beentjes.”

De Beentjes van Sint Hildegard draait in zaal 1. Ingeklemd tussen de zestigplussers kijk ik naar mijn favoriete senior: Herman Finkers. De film is grappig op een ontroerende manier.

In Europa

Vanwege de storm breng ik de zondagochtend door in strandtent Zoomers bij de open haard met ‘In Europa’ van Geert Mak. Een must-read voor een ieder die de geschiedenis van en de huidige ontwikkelingen in Europa beter wil begrijpen. Er staan prachtige maar ook verontrustende anekdotes in. Alles wat er is gebeurd, voltrekt zich opnieuw, al is het in een andere context. De polarisatie, het zoeken naar een zondebok, machthebbers die mijlenver afstaan van de realiteit. Hoe onzekerheid over de eigen identiteit de verhouding met andere volken en landen op scherp zet. Zinloze oorlogen. Zelfs het coronavirus dat momenteel als pandemie de wereld in zijn greep heeft, lees ik terug: al was het toen, in 1918-1919 de Spaanse griep.

Rond lunchtijd strijkt een luidruchtige familie naast mij neer. Een man maakt grappen waar iedereen plichtsmatig om lacht. Een kind van amper twee duwt een gerimpeld gezicht weg.
”Wees lief voor Omi, Sophie!”
”Geef Omi een kus.”
”Jawel, geef Omi nú een kus”
Omi zegt de hele maaltijd weinig. Maar wanneer iedereen opstaat om te vertrekken, schuifelt ze naar een jonge vrouw en vraagt met onvaste maar warme stem: ”Hoe is het met je moeder?” De vrouw begint te huilen.

‘S middags om half 3 breekt de zon door en begin ik eindelijk aan mijn strandwandeling. Of nouja, duinwandeling. Het is vloed en de zee staat zo hoog dat er nauwelijks strand over is. Zonlicht schittert op de schuimkoppen. De meeuwen klapwieken hoog boven mijn hoofd. In de verte nadert een onheilspellend donkere lucht. Daarna dineren in Club Strand en de zon zien ondergaan. Dan nog één nacht diep en lang slapen en een uitgebreid ontbijt in de ochtend. Het is tijd om weer naar huis te gaan.